Op vrijdag 27 januari jl. organiseerden het BGI, de TU Delft en Wageningen Universiteit in de Haagse Lobby een conferentie over de belemmeringen voor het realiseren van value-added GI services. Het BGI blikt terug op een zeer geslaagde dag. Tijdens het ochtendprogramma kon men via inspirerende presentaties van internationale experts kennis nemen van de internationale stand van zaken op het gebied van value-added services.
In de middag werd onder leiding van BGI voorzitter Bert de Graaf ingezoomd op de Nederlandse situatie. Cees Guikers, bestuurslid van het BGI en directeur van Bridgis, zette in een enerverende presentatie uiteen welke belemmeringen het bedrijfsleven vandaag de dag ondervindt bij het maken van toegevoegde waarde producten. Hij kwam tot de conclusie dat van een 13-tal voor het bedrijfsleven interessante datasets, zoals het nationaal wegenbestand of het risicoregister gevaarlijke stoffen, er slechts drie tot op data niveau te gebruiken zijn. De overige zijn in het geheel niet toegankelijk of zijn toegankelijk op een manier die de producent bedacht heeft: de kijkdozen. Volgens Guikers ligt de oplossing in een andere manier van denken over toegankelijkheid die past bij het internettijdperk. Veel problemen voor zowel de aanbieder als de gebruiker kunnen worden opgelost door het verlenen van toegang tot de data, in plaats van het verstrekken van data. te verstrekken.
Vervolgens kwamen drie dataproducenten aan bod, TNO met het DINO loket, het Kadaster, en RWS-AGI. Uit hun presentaties bleken er, vooral als gevolg van de interne financieringstructuur rondom de bestanden, grote verschillen te bestaan in visies en beleid over toegankelijkheid en value-added GI services.
Arnold Bregt van de Universiteit Wageningen nam vervolgens de stelling in dat voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van de Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII)