Image
15 februari 2006
Minister Dekker van VROM heeft onlangs per brief gereageerd op een reeds in mei 2005 ingediend verzoek van het BGI om opheldering rondom de bouw van een GPS netwerk door het Kadaster in samenwerking met RWS. Het BGI is van mening dat er voor het Kadaster en Rijkswaterstaat weinig grond is zelf een GPS netwerk op te zetten, gezien het feit dat de markt al in een dergelijk netwerk voorziet en het aanbod bovendien nog is toegenomen.

De minister geeft aan dat zij vanuit haar verantwoordelijkheid voor het Kadaster de casus getoetst heeft aan geldende wet- en regelgeving. Zij is tot de conclusie gekomen dat het besluit van het Kadaster om voor eigen gebruik een GPS-netwerk op te zetten als een bedrijfsvoeringbeslissing moet worden beschouwd, die past binnen het wettelijk kader. Van een sturingsvraagstuk is volgens de minister pas sprake als het uit het GPS-netwerk verkregen signaal door het Kadaster wordt aangeboden aan derden op een markt. Met het Kadaster zijn afspraken gemaakt dat een verzoek om afgifte van het signaal altijd eerst aan de minister wordt voorgelegd voordat tot verstrekking wordt overgegaan.

Over de brief van de minister aan het BGI zijn inmiddels Kamervragen gesteld door de commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van de Tweede Kamer. Ook het BGI heeft via een brief om een aantal aanscherpingen gevraagd met name wat betreft de definitie van ‘eigen gebruik door het Kadaster’ en het ‘gebruik van NetPos door Rijkswaterstaat’. De brieven aan de minister en de Kamervragen zijn te vinden op www.geo-bedrijven.nl onder 'documenten'.